Dag 15 en 16

Eindelijk weekend! De wekker gaat alleen wel nog eerder af dan door de week. In de vroegte loop ik naar de dichtbijzijnde boda-stage (motor taxis) en pak de eerste de beste boda naar Kawuku. Het is een mooi ritje van 20 minuten en de driver rijdt lekker door. Ik klop aan bij het huis van Joanne en Roland, waar we twee weekenden terug op visite zijn geweest. Roland organiseert een fietstocht aan de overkant van de Victoria baai. Terwijl ik een pannenkoek naar binnen werk worden 10 fietsen in de boot geladen. In een andere boot varen we het meer op en komen via een kanaal dwars door de papyrus uiteindelijk aan land. Het papyrus kanaal is een smalle doorsteek route die kunstmatig open gehouden wordt. Het is een paradijs voor ijsvogels, witte reigers en andere vogels. De tocht voert over roodbruine stoffige wegen door een landschap vol bananenpalmen, landbouwgronden (aardappels, mais), bos en grasland met daarin enorme termietenheuvels.

Deze tocht zal de geschiedenis ingaan als de muzungu tocht. Uit alle mogelijke hoeken en gaten rennen kinderen naar de weg toe, springend, zwaaiend en joelend "muzungu, muzungu, how are u?'roepend. Tijdens het afdalen is het best lastig om terug te zwaaien naar alle zwaaiende handjes. Ik kan het beste luidspreker op mn fiets zetten met een continu afspelend 'i m fine, how are you?' Het abstracte gegeven dat Uganda het land is met de jongste populatie (meer dan 50% van de bevoling is jonger dan 15 jaar) wordt hier heel concreet zichtbaar en is best schokkend als je bedenkt dat deze kinderen niet echt een toekomst hebben. Het zijn er zo veel!

In de dorpjes, bestaande uit een main street met een paar winkeltjes, een boda stage, kerk en kapper zijn we de activiteit van de dag (of misschien wel van de week of maand). Waar je ook kijkt staart er wel iemand naar je. Om tussendoor de batterij wat op te laden koop ik een gefrituurde deegbal (oliebol) en een kurkdroge muffin. Tevergeefs zoeken we naar de Poolse begraafplaats waar naar verluid 100 lichamen van Polen die tijdens de tweede wereld oorlog naar Oeganda waren verbannen zijn begraven. Uiteindelijk bereiken we het landing point waar de boot ons zal ophalen. Het is een klein vissersdorpje met een paar kleine hutjes. Ook hier staan binnen no time meer dan 40 kinderen om ons heen naar ons te staren. Een goede gelegenheid om ze te leren wat de Engelse vertaling is van fiets, wiel, band en helm. Ook al blijft het bezitten van een fiets waarschijnlijk een toekomst droom. De fietsen gaan weer aan boord en wij openen een koud club biertje. Tijdens de 1.5 uur durende boottocht terug kom ik meer te weten over de Chinezen, Indiers en anti-homo politiek.

S'avonds loop ik met Evelien naar het uitgaanscentrum Kabalagala waar het een drukte van belang is. We eten Ethiopisch. Het blijkt het Ethiopische restaurant te zijn waar in 2010, tijdens de WK finale, een bomaanslag plaatsvond, gepleegd door de terreur beweging Al Shabaab. In het restaurant vielen meer dan 13 doden.

dag 10 t/m 14

Weer een werkweek die voorbij vliegt. Sinds we op kantoor wonen lijken de dagen erg op elkaar. Om half acht gaat de wekker, dan het alarm eraf halen, drie stalen hekken openen, de gate openen, ontbijt maken en dan nog een uurtje chillen onder de ochtendzon. Intussen druppelen de werknemers binnen. Deze week heb ik me met name bezig gehouden met het maken van basis kaarten van de district indeling (een landsindeling tussen provinces en gemeenten in). Om de zoveel jaar veranderen de grenzen van de districts, niet geheel toevallig vaak vlak voor de verkiezingen. Sinds 1991 zijn er 74 districten bijgekomen. Verder zijn we bezig met het organiseren van een open-data dag waar we verschillende partijen willen uitnodigen die data leveren, publiceren, visualiseren en gebruiken.

De meeste avonden koken we. Met de stoof die we gekocht hebben lukt het uiteindelijk om hamburgers te grillen. Als we niet koken eten we in the woods waar de bediening super beleefd en voorzichtig is. Omgaan met muzungus is natuurlijk best wel eng.

 

 

.

dag 8 en 9

Na een week werken op kantoor gaan we vandaag onze inboedel kopen voor ons nieuwe huis. We mogen verblijven in de beneden verdieping van het kantoor. Op de verlanglijst staan een bed, een matras en een bankje. Al vroeg in de ochtend spreken we af met Geert-Jan, een collega die ook moet shoppen. Na een African coffee (een koffie met extreem veel melk) vertrekken we naar de meubelboulevard van de stad. Een paar honderd meter lang zien we rijen bedden, kasten, tafels, stoeltjes. Alles wordt hier ter plekke met de hand gemaakt. Jongens staan te schaven, riet te vlechten en mens erger je niet te spelen. Zodra we laten merken dat we in business gaan, staan er 10 mannetjes om ons heen. Helemaal geen agressieve verkopers, eerder nieuwsgierig. De handelsgeest is hier nog niet erg doorgedrongen. Het enige is dat ze waarschijnlijk wel het Muzunga prijskaartje er voor ons aanhangen en zich rot lachen om onze afding pogingen. Het matras kopen we een stuk verder van de weg af. Tussen de vuilnishopen, scharrelend kippen en hutjes vinden we een zee container waar een man matrassen verkoopt. Voor een paar euro regelen we een truck plus chauffeur en twee knapen die onze spullen naar ons nieuwe huis brengen en het bed in elkaar zetten. 

 

Wat we niet hebben kunnen kopen proberen we in de middag op de markt te krijgen. In het algemeen geldt vaak hoe lager hoe armer de bevolking; ier zijn de swamps. De markt is best een cultuurshock. Er is vanalles te krijgen. Het centrum van de markt loopt over een verlaten spoorlijn. Overal langs het pad zijn kleine hutjes wat van alles en nogwat verkocht wordt. We lopen door de vismarkt, de kolenmarkt en de groentemarkt. Uiteindelijk komen we thuis met een stoof, kussenslopen en een ananas. De volgende dag verhuizen we ook onze verder bagage. Vanaf nu wonen we officieel op Tank Hill met een prachtig uitzicht over de stad. Een prachtige tuin met bananenpalmen, en een zee van tropische bloemen. Twee honden bewaken ons inclusief een gate, een alarmsysteem, overal stalen hekken voor de deuren en ramen, en een muskietennet. In de middag zijn we uitgenodigd voor een verjaardag van vrienden van Reinier en Edith. Met allemaal Nederlanders doen we ons te goed aan een overvloed aan eten en horen over verhalen over het ondernemen in dit land.

dag 3 t/m 7


Het weekend zit erop. Vandaag onze eerste werkdag, ook al weten we nog niet wat we zullen gaan doen. Voor negen uur rijden we gate van Mountbatten binnen. We horen dat de stroom is uitgevallen en dat de inverter, die bij stroomuitval opgeslagen stroom terug geeft blijkt ook leeg. We maken kennis met onze toekomstige collega`s. De meerderheid is Ugandees. De dag begint met een 'sprint'. Het bedrijf werkt met korte projecten van ongeveer een maand en taken van 24 uur. Iedere dag wordt er aan iedereen gevraagd wat hij of zij heeft gedaan de dag ervoor, wat eventuele knelpunten zijn en wat de planning voor de komende dag is. Wij stellen ons voor als geografen die mooie verhalen willen destilleren uit de grote hoeveelheid open data files. Mountbatten heeft als doel om aan het eind van de maand ongeveer 300 datasets, waarvan 100 met een ruimtelijke component, online beschikbaar te stellen. Burgers, NGO's, overheid en andere organisaties kunnen deze data vervolgens gebruiken om hun kennis te vergroten, apps mee te bouwen of beleid mee te maken. Ook kunnen gebruikers zelf data en kaarten toevoegen. Wij zullen ons de komende maand bezighouden met het de vraag wat de kwaliteit is van de data, welke extra informatie bij elke dataset vereist is en met het schrijven van tutorials. Midden op de dag wordt ons werk onderbroken door een huizen zoektocht. We hebben gisteren afgesproken met de broker, onze buurman. Hij zal ons een aantal huisjes laten zien. Hoewel onze vraagprijs onder de 500 dollar ligt rijden we allereerst naar een prachtig huis voor 1000 dollar. Als gauw wordt duidelijk dat dit niet de bedoeling is. In Bukasa laat hij ons vervolgens 3 ongemeubileerde huisjes zien. Terug op kantoor werken we nog een paar uurtjes en vertekken vervolgens weer naar huis.

 

 

De rest van de week werken we beneden samen met collega Ketty en zitten lekker diep in de excel-sheets en GIS applicaties. Op kantoor wordt tussen de middag gekookt door de keukenvrouw. Zo kunnen we met een goed gevulde maag weer lekker op ons luie gat achter de computer plaatsnemen. Vrijdag hebben we een meeting over een tweetal activiteiten die de komen de maand zullen plaatsvinden: de mapping day en de open data day. Voor de mapping day zullen we afreizen naar een universiteit en daar met studenten een stuk infstrastructuur en universiteitsgebouwen in kaart brengen op 'openstreetmap'. De open data day zal vooral een meet en greet worden met spelers in de open data wereld. We willen hiervoor mensen aantrekken die open data kunnen gebruiken zoals mediabedrijven en NGOs. Vrijdag worden de eerste agendapunten voor het organiseren van beide dagen gemaakt en gaan we na een toch wel enerverende werkweek met erg veel nieuwe input het weekend in. 

 

 

dag 1 

De dag begint weer vroeg. Voor het ontbijt besluiten we met Edith mee te gaan naar de bakker en de slager en om te pinnen. Het geeft ons een goede introductie van de buurt waar we waarschijnlijk ook zelf gaan wonen. We passeren een aantal herkenningspunten die ons zullen helpen onze slaaplek weer terug te vinden. Als eerste slaan we op: de boda boda stage (taxi scooter standplaats), de heuvel van Muyenga waar het bedrijf van Reinier en Edith zit, de steengroeve met drogende bouwstenen en de Italiaanse supermarkt. In een echte Muzungu supermarkt kopen we kakelvers brood en vlees voor op de bbq. Dan pinnen we beide het maximale bedrag wat per dag gepind kan worden: 55 euro. Dit belooft wat. Langs de weg kopen we vervolgens nog watermeloen en ananas. Na de uitgebreide brunch besluiten we de stad in te gaan met de matatu. De matatu is een busje dat je aan de weg aanhoudt en je al hortend en stotend naar je bestemming brengt. Omdat het zaterdag is zijn we redelijk snel in het centrum. Hier is een komen en gaan van busjes, boda`s, volgepakte fietsen, mannen en vrouwen met op het hoofd een baal matrassen, koffers of zakken groente, prachtig geklede vrouwen en geen enkele blanke.

In de stad kopen we een sim-kaart en bezoeken we de Moskee. Dit gevaarte is gebouwd op heuvel midden in de stad als een geschenk van de inmiddels vermoorde Kaddaffi. Om de moskee in te gaan hoef ik als man alleen mn slippers uit te trekken. Evelien moet naast blote voeten en een bloot voorhoofd helemaal bedekt zijn met hoofddoek en een omslagdoek. Het uitzicht op de stad vanuit de minaret is fantastisch. Vanaf hier zijn de zeven heuvels waar Kampala oorspronkelijk op is gebouwd. OOk de matatu bijennesten trekken onze aandacht. De terugweg naar ons busstation gaat minder soepel dan we dachten. Gelukkig zijn Ugandezen erg vriendelijk en vinden we met wat hulp uiteindelijk de matatu die ons terug zal brengen. S`avonds blijven we thuis en komen we steeds meer te weten over Uganda en onze gastheer en vrouw. 

 dag 2

We worden wakker, Evelien heeft zes malaria muggenbulten. Malaria komt echter zeer zelden voor in Kampala. Het kan alleen over gebracht worden door een mug die binnen een kleine straal iemand heeft geprikt die malaria heeft. Ik begin de dag met mn zwembroek aan en een boekje in de zon op het terras. We besluiten een wandeling te maken om de buurt te verkennen. Hoewel we in Kampala wonen, voelt het aan als een dorpje. Om de hoek zijn kleine winkeltjes: een supermarkt, salon, filmhuis (een hokje met een gordijn en een paar matrassen) en een klein kerkje. Onverharde stoffige paden voeren ons langs hutjes afgewisseld met huizen. Boda`s passeren en overal lopen kinderen die ons aanstaren alsof we uit Nederland komen. Een klein hutje afgeloten met een doek met een kruis erop is de ziekenpost. We komen uit bij het Victoria meer en zien aan de overkant van de swamp de gevangenis. De swamp is een lager gelegen stuk moeras dat als filter gold voor het afvalwater van de bewoners van de stad. De capaciteit van deze filter is echter al lang overschreden. Als we geschreeuw horen blijkt dit een kerk te zijn. God is blijkbaar ver weg. Bouwmateriaal voor de huizen, die hier als paddestoelen uit de grond schieten, wordt verkregen uit de steengroeve. Door middel van een houtvuurtje tegen de rotswand worden brokken steen los geknapt. Met name vrouwen hakken deze brokken tot kleine steentjes met een stok. Deze steentjes worden vervolgens gebruikt als funderingslaag. Eenmaal thuisgekomen vertrekken we al snel naar Ronald en Joanne, vrienden van Reinier en Edith. Zij wonen een stuk verderop in een prachtig huis inclusief zwembad, en een stuk grond dat grenst aan het Victoria meer. Het stuk land is begroeid met papyrus wat op een gegeven moment net als veen verland. Er loopt een pad doorheen naar de rand van het meer. Gisteren, vertelt Ronald, was er nog een onbelemmerd uitzicht op het meer. Nu ligt er een groot stuk aangewaaid papyrusland. Als het waterpeil van het meer stijgt worden de wortels losgerukt van de papyrus en drijft het eiland waar de wind hem brengt, in dit geval voor onze neus. Na een biertje en een frisse duik in het zwembad gaat het vlees op de 'gas' bbq (..niet echt mannelijk). Met uitzicht op de stad, muggen geknetter op de achtergrond en gesprekken over over God, Uganda en .. eindigt de dag.